Terwijl het een felgekleurd geel boekje is, staan de 92 pagina’s vol met soms schrijnende voorbeelden over discriminatie in relatie tot de politiecultuur. Ik ga u straks uitleggen waarom dit een respectabel initiatief is.

Eerst wil ik u graag dit vertellen, als dat mag
Eind jaren 70 kwam ik op voor mijn nummer. Had goed opgelet op school dus automatisch val je dan in de categorie dienstplichtig officier in wording. De zogeheten kaderverplichting, toentertijd geen 14 maar 16 maanden. En ik was een goede sportman. Dus na wat extra selectie kwam ik terecht op de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal, waar het Korps Commandotroepen is gevestigd.

Koud binnen of de bijnaam van dit pikkie werd ‘breeje’. Verbastering van brede. Omdat ik 1.87 was en 76 kilo woog. Een gespierde spijker met een melkmuitje en een verbaasde blik.

Na de opleiding kwam ik op de KMA en later naar de KMAR. Een jong, bloedfanatiek officiertje met een goede opleiding, een groene baret terwijl de rest net z’n burgerkloffie had verruild. Dus daar werd je ‘mondje’. Van bijdehand, altijd een weerwoord paraat en te opvallend. Dan weet je het wel: Hé mondje, kom eens hier’. Jaren heeft deze eervolle aanspreektitel me achtervolgd.

En dan hadden we nog wat andere collega’s die op hun manier opvielen. Onze Surinaamse vriend die steevast ‘sambo’ werd genoemd. Een Zeeuwse collega bij de KMAR met een enorm vierkant hoofd die ‘block head’ heette. Een vrouwelijke officier in opleiding met een leuk koppie die jarenlang  ‘gleufje’ werd genoemd en menig tik op haar kont heeft gehad op de stormbaan. En een relatief kleine gast van Chinese komaf die nu nog steeds ‘kroepoek’ of ‘sambal bij’ heet.

Ik heb het hier over, inmiddels, hooggeplaatste leidinggevenden bij de landmacht, Koninklijke Marechaussee en politie.

Waardoor ontstaat die cultuur van elkaar de maat nemen?
Ik zal me voor nu beperken tot de politie. Heeft u enig idee wat de gemiddelde agent (m/v) iedere dag aan bagger over zich heen krijgt?
En dan duid ik niet op de treitervloggers, asociale grootmuilen, bijdehante puistenkoppen en achterbuurttuig waarvan moeders je zelfs de huid vol scheldt als je maatregelen tegen hun onopgevoede uitschot dreigt te nemen.

Ik heb het over de wijze waarop je je als agent voortdurend bewust moet zijn over je houding, je uitstraling en je imago.
Je krijgt te maken met quasi-academische zuigers die zichzelf als middelpunt van de wereld beschouwen. Dus je hebt al een klacht aan je broek als je, naar hun idee, niet snel genoeg ter plaatse bent.

Dan heb ik het over leidinggevenden die langzamerhand ook een beetje van het padje raken. Omdat ze van bovenaf onder druk worden gezet om zo snel als kan te reorganiseren. De paraatheid op orde te brengen. Groepen instromers voor te trekken omdat we een afspiegeling van de samenleving moeten zijn. En, noodgedwongen door korpsleiding, minister en politiek, overal tegelijkertijd beschikbaar moeten zijn. Steeds meer bijzondere taken en prioriteiten krijgen opgedrongen, zoveel dat onderhand alles een prio wordt.
Met hiertegenover structurele onderbezetting, slecht of ontoereikend materieel. Om over de salariëring helemaal maar te zwijgen behalve de opmerking dat je mensen op straat iedere dag gratis een grote bek krijgen tegen een vergoeding van een scheet in een netje.

Dan het algemene imago. Mislukte reorganisatie Landelijke Politie. Berichten in de media over leden van de Ondernemingsraad (COR) die, onder de ogen van de hoogste leiding, zich gedroegen als Zonnekoningen. Slappe politieke leiding.
Straattuig en vloggertjes die je publiekelijk de pispaal maken. Maar wel met de instructie van boven om er niet tegelijk de rubberlat overheen te hengsten en ze een busje in te trappen. Anders sta je weer op YouTube.

Dus wat zou ú doen onder identieke omstandigheden? Wanneer je ter plaatse wordt gestuurd bij een totaal uit de hand gelopen spontane uiting van ‘blijdschap’ wanneer het Marokkaanse elftal heeft gewonnen. Je met je vrouwelijke collega, in een haperende Volkswagen Touran met blauw en tuut, als eerste ter plaatse bent? Dan wacht je even om de hoek op versterking.
Want je harses in elkaar laten trappen, kan altijd nog.

Wat veroorzaakt deze cultuur?
Eerst en vooral het (politieke) geouwehoer over bottom-up. Cultuurverandering sorteer je door top-down-gedrag.
Dat bobo’s voorleven wat je verlangt van je mensen. Dat je uitwassen primair en spontaan aanpakt. Geen lange tenen ontwikkelt. Leidinggeeft aan een organisch proces van verandering. Door een gemêleerd korps. Goede opleiding. Erkenning voor je mensen. Goed materiaal. En een duidelijke visie waar het allemaal toe moet leiden.

Ondertussen (bijvoorbeeld) niet wordt geconfronteerd met een hoofddoekjesdiscussie. Politiek-correct-geleuter. Want de politie, met haar bij wet gegeven geweldmonopolie, wil uniform naar buiten treden. Onpartijdig in haar gedrag en uitingsvorm. Met een interne mores die vanaf buiten onvoldoende wordt begrepen.

Echter wel waardering hebt voor de noodzakelijke ‘wij-cultuur’ waarmee opleiding en training is doorspekt. Omdat je het anders niet volhoudt. Zelfs omdat onderlinge termen als ‘geitenneuker, jurk, snollebollie, neger, spleetoog of vetzak’ erin zijn geslopen en slechts verdwijnen wanneer we elkaar er op aanspreken. Omdat er géén cultuur bestaat van eerste- en tweederangs. Maar wel van macho en ‘keeping up appearances’.
Op dezelfde manier en met dezelfde intentie wanneer je als man in die originele, Amsterdamse groentezaak in de Pijp door de eigenaar wordt aangesproken met ‘hé pik, wat kan ik voor je doen. Een omgangsvorm die blijkbaar wel een glimlach op het gezicht tovert.

Kortom
Het is goed dat korpsleden het initiatief nemen tot het aanbieden van een zwartboek. Het is prima dat de defensie-, politie- en KMAR-organisaties worden gewezen op deze schrijnende voorbeelden zodat besef indaalt dat wat eerder leuk was, nu beslist niet meer tolerabel is.

Citaat uit het boek: ‘Ik zie de politie als een incestueus systeem, het lijkt wel een sekte op een eiland’.

Het ís een incestueus systeem en een eiland. Om redenen als hierboven omschreven.

. Van een van onze correspondentenSTERK verhaalTerwijl het een felgekleurd geel boekje is, staan de 92 pagina’s vol met soms schrijnende voorbeelden over discriminatie in relatie tot de politiecultuur. Ik ga u straks uitleggen waarom dit een respectabel initiatief is. Eerst wil ik u graag dit vertellen, als dat mag Eind jaren 70 kwam ik op voor...Politieke Partij voor Constructieve Onvrede zonder Taboes - FORTIS ET LIBOR (sterk en vrij)