De laatste dagen was het Kabinet te gast in de Eerste Kamer ten behoeve van de Algemene Politieke Beschouwingen. Voor wie het heeft gevolgd was duidelijk dat het politieke debat hier dunnetjes werd overgedaan. Weliswaar minder scherp want de senatoren nemen ogenschijnlijk een meer beschouwende rol. Daarbij, de Beschouwingen waren ditmaal niet zo spannend omdat het Kabinet voor het eerst sinds lange tijd kan leunen op een meerderheid in Tweede én Eerste kamer.

Maar niets is wat het lijkt. In de afgelopen regeerperiode werd menig kabinetsvoorstel voorgestoofd in de Eerste Kamer. Achter de gordijnen werd menig gedoogakkoord gesloten. Ook een meerderheid in de Eerste Kamer is geen garantie voor Kabinetssteun. Crises hebben al eerder hun oorsprong gevonden in de bankjes van de eigengereide partijbonzen, die na een carrière als parlementariër of bestuurder, de plannen van een zittend Kabinet hebben gedwarsboomd. Onder de noemer van ‘de nacht van…’.

De Eerste Kamer is medewetgever en controleur van de regering. Dat is hun primaire taak.

De Eerste Kamer komt in het wetgevingstraject pas aan bod nadat de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen. De Eerste Kamer kan een wetsvoorstel niet meer wijzigen. Formeel kan de Kamer het wetsvoorstel alleen aannemen of verwerpen. In de praktijk zijn er een aantal middelen (novelle, toezeggingen, moties) om invloed uit te oefenen om het wetsvoorstel aangepast te krijgen.

De controle op het regeringsbeleid berust allereerst bij de Tweede Kamer. De Eerste Kamer stelt zich in dit opzicht dan ook terughoudend op. Zij controleert vooral de hoofdlijnen van beleid en de onderlinge samenhang van de verschillende regeringsplannen. De Eerste Kamer heeft bijvoorbeeld nog nooit gebruik gemaakt van het recht van enquête, en slechts zelden van het recht van interpellatie, het recht om een bewindspersoon direct ter verantwoording te roepen in de Kamer. Ook stelt de Eerste Kamer minder schriftelijke vragen dan de Tweede Kamer.

In diezelfde lijn maakt de Eerste Kamer op haar eigen wijze gebruik van het budgetrecht, het klassieke instrument van de parlementaire controle op het regeringsbeleid. Met dit budgetrecht heeft de Eerste Kamer de mogelijkheid om begrotingen goed- of af te keuren.

Dan is er nog het kromme systeem van verkiezingen van de Eerste Kamer. De 75 leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van Provinciale Staten. De vorm is die van getrapte verkiezingen: de burgers kiezen Provinciale Staten en de leden van Provinciale Staten kiezen op hun beurt de leden van de Eerste Kamer.

Dan Provinciale Staten. Een clubje Statenleden per provincie, afhankelijk van het inwoneraantal, die doorgaans naast hun normale werk, zitting hebben in de Staten.
Een bijzondere taak van de Provinciale Staten is dat zij de leden voor de Eerste Kamer kiezen. Dit gebeurt vlak na de verkiezing van de nieuwe Statenleden. Met uw provinciale stem bepaalt u dus indirect de leden van de Eerste Kamer.
De opkomstpercentages voor verkiezingen van de Provinciale Staten is bedroevend laag. De bekendheid van de Statenleden en Gedeputeerden eveneens.

Als klap op de vuurpijl is er nog de Commissaris van de Koning. De voorzitter van het College van Gedeputeerde Staten en van Provinciale Staten van de provincies, en is als zodanig ook vaak het ‘gezicht’ van het bestuur van de provincie. De commissaris hoeft het echter niet met het beleid van de provincie eens te zijn. Dat is toch een giller. Een ambtsdrager die door de Kroon wordt aangewezen en niet zelden een mooie afwerkplek voor partijcoryfeeën die naar de zijlijn moeten worden gedirigeerd (zie de meest recente benoemingen).

Kortom, je mag er van alles van vinden maar mijn kernpunt is dat de burger geen of nauwelijks voeling heeft met voornoemde ‘democratische’ instituties, dus zijn ze obsoleet.

Wat dan wel?
Breid het aantal Kamerzetels uit van 150 naar bijvoorbeeld 200. Dus één parlement waar alle debatten plaatsvinden en geen tweetrapsraket waarvan de buitenwacht niet kan controleren welke afspraken achter het gordijn worden gemaakt

Organiseer om de twee jaren Kamerverkiezingen waarbij de helft van de Kamer wordt gekozen. Dat vraagt van het Kabinet permanente en alerte beleidsvoering en biedt de kiezer de mogelijkheid binnen afzienbare termijn een oordeel te vormen over het beleid en zich hierover uit te spreken. Hiermee voorkom je tevens het gekonkelfoes gedurende een regeertermijn om, koste wat het kost, een rigide regeerakkoord door te drukken, leunend op een meerderheid die wordt afgedongen door fractiediscipline en de hang naar het pluche.

Dus, schaf de Eerste Kamer af want het is onderhand verworden tot een fossiel instituut. In dat verband zijn we erg benieuwd naar de bevindingen van de Commissie voor Constitutionele Toetsing.

Geef de Raad van State meer beslisrecht. Dit is bij uitstek een instituut dat nieuwe wetgeving vooraf moet toetsen op wetmatig-en doelmatigheid. Het is de Raad van State die Adviseur van de regering en parlement over wetgeving en bestuur en tevens de hoogste Bestuursrechter is.
De regering is volgens de wet verplicht om de Raad van State om advies te vragen over wetsvoorstellen, algemene maatregelen van bestuur en goedkeuringswetten voor internationale verdragen Zij oordeelt over de kwaliteit van het beleid alsmede de juridische en wetstechnische kwaliteit van wetgeving.

Maak dit oordeel bindend dus bij een onvoldoende: terug naar het Kabinet of, bij een initiatiefwet, terug naar de Kamer.
Lekker overzichtelijk, lijkt mij.

 

 

. Van een van onze correspondentenSTERK verhaalDe laatste dagen was het Kabinet te gast in de Eerste Kamer ten behoeve van de Algemene Politieke Beschouwingen. Voor wie het heeft gevolgd was duidelijk dat het politieke debat hier dunnetjes werd overgedaan. Weliswaar minder scherp want de senatoren nemen ogenschijnlijk een meer beschouwende rol. Daarbij, de Beschouwingen...Politieke Partij voor Constructieve Onvrede zonder Taboes - FORTIS ET LIBOR (sterk en vrij)